06 jun 2018

Het verhaal van Els

Burn-out, re-integratie en een nieuwe start: Het verhaal van Els

Gras groeit niet sneller door eraan te trekken.

In september 2016 begon Els op te merken dat haar occasionele vermoeidheid niet meer overging. Ze begon steeds vroeger te werken en ging langer door, maar kreeg steeds minder gedaan. Concentratiestoornissen, problemen met kortetermijngeheugen, vermoeidheid. Haar leidinggevende herkende de symptomen en stuurde haar naar de dokter. Die gaf de diagnose ‘surmenage’ of een ‘overprikkeld brein’ –  met symptomen gelijkaardig aan burn-out. Ze vond het verschrikkelijk dat ze drie héle weken thuis moest blijven. En nog erger, na die drie weken bleek het niet beter te gaan, integendeel. In totaal zou Els meer dan een jaar thuis zitten met een energiestoornis. Nee, ze was niet depressief, integendeel, maar haar brein kon geen enkele prikkel meer aan. 

Haar dokter raadde haar aan om ‘aan iets anders te denken dan aan werk’. Els: “Maar ik leefde voor mijn werk! Ik ben heel perfectionistisch ingesteld, heb een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Achteraf gezien besef ik natuurlijk dat me dat extra vatbaar maakt voor burn-out. Terwijl ik altijd dacht: dat is iets voor anderen, mij gebeurt dat niet.”

De collega’s van Els reageerden heel erg begripvol. Al was het beleid rond burn-out op haar werk wel wat bizar: er werd namelijk niet over gesproken. Er waren al eerder mensen uitgevallen, maar daar werd over gezwegen. “Misschien hebben ze leergeld moeten betalen met ‘mijn case’. Het eerste wat ik bijvoorbeeld wilde, was met mijn baas spreken. Maar dat stond niet in het standaardscenario. Terwijl elke burn-out anders is en ik daar écht behoefte aan had. Op mijn vraag was hij wel bereid om naar Gent af te zakken voor een eerste gesprek, iets wat mij erg deugd deed."

Ze spraken een tijd daarna nog een tweede keer af, en Els bereidde dit gesprek heel goed voor. “Ik wilde duidelijk maken hoe graag ik terug wilde komen, maar ook welke zaken me de das om hadden gedaan. Een gebrek aan ‘gezien worden’ en waardering, maar ook bijvoorbeeld de verhuis naar een anoniem en lawaaierig landschapsbureau, de cultuur van ‘extreem veel’ werken -  mails werden ook ’s avonds en in het weekend verstuurd -  waardoor ik vaak het gevoel kreeg dat ik niet te klagen had, want er waren altijd anderen die nog veel harder werkten.”

Els had een goed gevoel na dit open gesprek. Alleen, haar leidinggevende bleek ook maar een schakel in een groter systeem. Dat werd duidelijk bij een volgende afspraak, waar mogelijke aanpassingen aan haar werkomgeving of de werkcultuur niet meer op de agenda stonden. 

Els: “In die hele periode van mijn burn-out, had ik zo’n gebrek aan energie, en toch moest elk initiatief telkens van mij komen. Ook nu weer: in een ultieme poging om een oplossing te vinden stelde ik een coaching traject voor. Dat werd toegestaan, en ik mocht gecoacht worden door Luc Dewulf. Een fantastische ervaring waar ik veel aan gehad heb. Luc zette mij opnieuw in mijn kracht. We bereidden ook samen een volgend gesprek voor met mijn leidinggevende, en ik maakte ter voorbereiding daarvan een boekje, met een analyse van de problemen, de zaken die ik zelf kon oplossen, en de punten waar mijn werkgever mee kon helpen.”

Dat werd een koude douche: de organisatie ging niet in op de voorstellen die Els maakte en had eigenlijjk liever dat alles bij het oude bleef. Waarna Els de handdoek in de ring gooide en de samenwerking in overleg beëindigd werd.

Na haar vertrek volgde Els een outplacement-traject. Ook dat was absoluut niet aangepast aan mensen die na een burn-out weer aan het werk wilden. Ze kreeg er onder andere de raad om haar uitval te verbergen voor potentiële werkgevers, maar zag dat niet zitten. “Het is waar dat je tijdens de sollicitaties dan af en toe klappen krijgt. Iemand vroeg me zo welke garantie ik kon geven dat ik niet opnieuw zou uitvallen. Maar ik kom natuurlijk niet met een garantiebewijs. Net zomin als een andere werknemer kan garanderen dat hij nooit een been zal breken of kanker zal krijgen."

Els vond een nieuwe job door proactief bij een bedrijf in haar buurt te solliciteren. "Misschien een beetje onder mijn niveau, ja, maar ik wilde zo graag weer aan het werk. En ik had direct een heel fijn contact met deze organisatie, ze geven veel kansen en ik werk er heel erg graag. Voorlopig werk ik er halftijds, binnenkort wordt het een dag meer." 

 

 

Evita Willaert: "Re-integratietrajecten van langdurig zieken eindigen nu voor meer dan 70 % met een ontslag. Als ik hier vragen over stel, reageren de bevoegde ministers altijd met de stelling dat dit is omdat de meeste mensen, vooral na een burn-out, niet meer terug willen naar de omgeving waarin ze zijn uitgevallen. Het verhaal van Els lijkt iets anders te suggereren. Zij wilde net erg graag terug naar haar vroegere werkomgeving. Ik was ongelooflijk onder de indruk van die wil om terug te beginnen, en begrijp haar ontgoocheling toen dat niet mogelijk bleek. Het is duidelijk dat er bij veel organisaties nog veel onwetendheid en misschien ook wel onwil is, om met een open blik aan re-integratie te werken. Terwijl een gezondere werkomgeving iedereen ten goede komt, niet enkel de mensen die al eerder uitvielen.

Ik had een erg fijn gesprek met Els, en heb met bewondering zitten luisteren naar haar verhaal. Hoe ze met zoveel positivisme en assertiviteit haar weg heeft teruggevonden. Tegelijk vind ik het absoluut niet normaal dat je alles zelf moet doen, terwijl je ziek bent, en je net een gebrek aan energie hebt. Hier is nog veel werk aan de winkel, zowel qua wetgeving als qua cultuuromslag in bedrijven en organisaties.

Reacties

Please check your e-mail for a link to activate your account.